In de woestijn, op weg naar Kanaän, gaf God aan Mozes en het volk Israël de tien geboden. Vele andere geboden, waaraan de Joden moesten voldoen, volgden.
Zijn deze geboden ook bestemd voor de Christenen? Moeten wij hieraan voldoen?
Deze geboden, ook wel de Wet genoemd, werden door Paulus een leermeester genoemd (Gal. 3:24), welke ons tot Christus heeft geleid. Hij zegt echter onmiddellijk in het volgende vers: “Maar nu het geloof gekomen is, zijn wij niet meer onder een leermeester.” (Galaten 3:25 HSV)
Wat mag dit betekenen? Zijn wij niet meer onder de wet?
"Nee", zegt Paulus in Romeinen 7:1-4, “Of, broeders, weet u niet -ik spreek immers tot mensen die de wet kennen - dat de wet over de mens heerst zolang hij leeft? Want de gehuwde vrouw is door de wet gebonden aan de man zolang hij leeft. Als de man echter gestorven is, is zij ontslagen van de wet die haar aan de man bond. Daarom dan, als zij de vrouw van een andere man wordt terwijl haar man leeft, zal zij een overspelige genoemd worden. Als haar man echter gestorven is, is zij vrij van de wet, zodat zij geen overspelige is als zij de vrouw van een andere man wordt. Zo, mijn broeders, bent u ook door het lichaam van Christus gedood met betrekking tot de wet, opdat u aan een Ander zou toebehoren, namelijk aan Hem Die uit de doden opgewekt is, opdat wij vrucht zouden dragen voor God.” (Romeinen 7:1-4 HSV)
Met andere woorden: we zijn gestorven voor de Wet en leven nu voor Christus!
Lees en herlees deze woorden van Paulus:
“Dit weten wij toch, dat onze oude mens met Hem gekruisigd is, opdat het lichaam van de zonde tenietgedaan zou worden en wij niet meer als slaaf de zonde zouden dienen. Want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Als wij nu met Christus gestorven zijn, geloven wij dat wij ook met Hem zullen leven. Wij weten toch dat Christus, nu Hij is opgewekt uit de doden, niet meer sterft. De dood heerst niet meer over Hem. Want wat Zijn sterven betreft, is Hij voor eens en altijd voor de zonde gestorven, en wat Zijn leven betreft, leeft Hij voor God. Zo dient ook u uzelf te rekenen als dood voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus, onze Heere.” (Romeinen 6:6-11 HSV)
Wij zijn medegekruisigd met Jezus én met Hem opgestaan, de oude mens is niet meer...
Heeft de Wet dan geen grip meer op ons? Indien niet, waartoe dient ze dan?
Niemand was, of is, bij machte om de Wet te houden, zij is er om aan te tonen hoe heilig onze God is, en hoe onvolkomen wij van nature zijn. De Here Jezus zegt heel duidelijk tegen de Joden:
“Heeft Mozes u niet de wet gegeven? En niemand van u doet de wet. Waarom probeert u Mij te doden?” (Johannes 7:19 HSV)
"niemand van u doet de wet!"
Nee, want één gebod overtreden is alle geboden overtreden!
“Want wie de hele wet in acht neemt, maar op één punt struikelt, die is schuldig geworden aan alle geboden.” (Jakobus 2:10 HSV)
Elk mens, die zijn gerechtigheid wil verdienen, door de geboden te houden, strijdt een verloren strijd. Hij, of zij, zal te allen tijde met een bevlekt gewaad voor de Almachtige komen te staan en worden afgewezen, of er nu één vlekje op zit, of een miljard vlekjes.
Elk mens, die zijn vertrouwen stelt op zijn Verlosser, strijdt de goede strijd, want “Wie overwint, zal bekleed worden met witte kleren en Ik zal zijn naam beslist niet uitwissen uit het boek des levens, maar Ik zal zijn naam belijden voor Mijn Vader en voor Zijn engelen.” (Openbaring 3:5 HSV)
Wedergeboren Christenen willen, uit liefde en dankbaarheid, de wil van de Vader doen, maar helaas, het lukt lang niet altijd, mede omdat "ons vlees" een strijd voert met ons verstand, lees maar in Romeinen 7:22-23 waar "het vlees" het verstand krijgsgevangene maakt van de wet der zonde. Paulus kreunt in vers 24
“Ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?” (Romeinen 7:24 HSV)
om vervolgens te jubelen:
“Ik dank God, door Jezus Christus, onze Heere. Zo dien ik dan zelf wel met het verstand de wet van God, maar met het vlees de wet van de zonde. Dus is er nu geen verdoemenis voor hen die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar de Geest.” (Romeinen 7:25-8:1 HSV)
Betekent dit dan dat Christenen er maar op los kunnen leven?
"Volstrekt niet!", zegt Paulus in onderstaande verzen uit Romeinen 6:
“Wat dan? Zullen wij zondigen omdat wij niet onder de wet maar onder de genade zijn? Volstrekt niet! Weet u niet dat aan wie u uzelf als slaaf ter beschikking stelt tot gehoorzaamheid, u slaaf bent van wie u gehoorzaamt: óf van de zonde, tot de dood, óf van de gehoorzaamheid, tot gerechtigheid? Maar God zij dank: u was wel slaaf van de zonde, maar nu bent u van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent. En, vrijgemaakt van de zonde, bent u dienstbaar gemaakt aan de gerechtigheid.” (Romeinen 6:15-18 HSV)
Het eerste leverde de dood op, het tweede brengt eeuwig leven. Eerst waren we veroordeeld tot zondigen, nu zijn we "van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van de leer waaraan u overgegeven bent." (Rom. 6:17b HSV)
De Here Jezus stelt heel duidelijk in Johannes 14:15:
“Als u Mij liefhebt, neem dan Mijn geboden in acht.” (Johannes 14:15 HSV)
Hij heeft ook aangegeven welke geboden dat zijn:
“Jezus zei tegen hem: U zult de Heere, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede, hieraan gelijk, is: U zult uw naaste liefhebben als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet, en de Profeten.” (Mattheüs 22:37-40 HSV)
Bij nadere bestudering van deze tekst, en haar context, valt overigens op dat één van de tien geboden, namelijk die omtrent de sabbat, hier, in tegenstelling tot de andere, welke alle onder deze twee grote geboden vallen (Rom. 13:9), niet meer aan de orde komt. De Here Jezus maakte duidelijk bekend dat de sabbat er voor de mens is, en niet andersom (Markus 2:27):
“En Hij zei tegen hen: De sabbat is gemaakt ter wille van de mens, niet de mens ter wille van de sabbat.” (Markus 2:27 HSV)
Paulus bevestigt een en ander in Col. 2:16-17 waar hij stelt dat niemand een ander mag oordelen omtrent een aantal zaken, waaronder de sabbat:
“Laat dus niemand u veroordelen inzake eten of drinken, of op het punt van een feestdag, een nieuwe maan of de sabbatten. Deze zaken zijn een schaduw van de toekomstige dingen, maar het lichaam is van Christus.” (Colossenzen 2:16-17 HSV)
Onze Heiland gaf ook nog een nieuw gebod:
“Een nieuw gebod geef Ik u, namelijk dat u elkaar liefhebt; zoals Ik u liefgehad heb, moet u ook elkaar liefhebben.” (Johannes 13:34 HSV)
Het lijkt alsof veel Christenen dit nieuwe gebod ontgaat terwijl dit veel verder gaat dan "je naaste liefhebben, zoals je jezelf liefhebt". Hier worden we opgeroepen om elkaar lief te hebben zoals Christus ons liefheeft, en aan Zijn Liefde komt nooit een einde: Hij gaf Zijn leven voor ons.
Toen ook de heidenen (= niet-Joden) toetraden tot de gemeente wilden sommige Joden dat deze besneden werden en de Wet zouden houden. Tijdens een vergadering in Jeruzalem (Hand. 15) wordt dit weerlegd en zegt Jakobus:
“Daarom ben ik van oordeel dat men het hun die zich uit de heidenen tot God bekeren, niet lastig moet maken, maar aan hen moet schrijven dat zij zich dienen te onthouden van de dingen die door de afgoden besmet zijn, van ontucht, van het verstikte en van bloed.” (Handelingen 15:19-20 HSV)
Deze vier punten, die voor het gros van de Christenen gelden, zijn dus een toevoeging aan de eerdergenoemde geboden, welke alle op liefde gebaseerd zijn. En als iets op liefde gebaseerd is, doen we het dan niet van harte? Geeft onze Vader ons ook niet alles uit liefde?
Wat een feest, om zoveel liefde te mogen ontvangen, om te weten dat onze zonden zijn vergeven, en dat wij door genade mogen leven.
Laten we zoveel liefde en genade niet voor onszelf houden, maar deze overvloedig uitdelen!
*
Geen opmerkingen:
Een reactie posten